Categorieën

Mannenkapsels: alle stijlen op een rij, van buzz cut tot mullet

Alle bekende mannenkapsels op een rij: wat het is, bij welk haar het past, hoeveel werk het is en hoe je het vraagt.

Man in een kappersstoel bekijkt in de spiegel zijn nieuwe kapsel

Je zit in de stoel, de kapper slaat de cape om en vraagt wat het wordt. En je zegt wat je altijd zegt: “Gewoon een beetje korter.” Terwijl je eigenlijk al maanden rondloopt met een plaatje van een textured crop in je hoofd. Of juist van een mullet, maar dat durf je niet hardop te zeggen.

Herkenbaar? Dan is dit je spiekbriefje. Hieronder staan alle bekende mannenkapsels op een rij: van superkort tot schouderlengte. Per kapsel lees je wat het precies is, bij wat voor haar het past, hoeveel werk het is en hoe je hem bij de kapper vraagt. Zodat je de volgende keer gewoon weet wat je wilt.

Kort antwoord: de bekendste mannenkapsels zijn kort de buzz cut, crew cut, French crop, fade, undercut, quiff en side part, halflang de curtains, modern mullet, wolf cut en slick back, en lang de flow en de man bun. Welk kapsel bij je past, hangt af van drie dingen: hoe lang je haar mag zijn, wat je haar uit zichzelf doet en hoeveel tijd je er ’s ochtends in wilt steken.

Zo kies je snel een kapsel

Voordat je door de stijlen scrolt: drie vragen bepalen al voor de helft welk kapsel bij je past.

  1. Hoe lang mag het zijn? Kort is overzichtelijk en snel klaar. Halflang geeft beweging en karakter, maar vraagt een groeifase. Lang is een keuze voor maanden, niet voor een weekend.
  2. Wat doet je haar uit zichzelf? Dik en stug haar wil volume weg, dun haar wil juist textuur en kortere zijkanten. Krullen kun je beter gebruiken dan bestrijden. En heb je een eigenwijze kruin, dan wil je daar niet tegenin knippen.
  3. Hoeveel tijd wil je erin steken? Een buzz cut is wakker worden en gaan. Een pompadour of slick back vraagt elke ochtend een föhn en product. Strakke fades zien er na twee weken alweer minder strak uit, een crop of halflang kapsel kan langer mee.

Weet je het antwoord op alle drie? Dan zie je hieronder in één oogopslag welke kapsels overblijven. Wil je dieper in gezichtsvorm en haartype duiken, lees dan welk kapsel bij je past.

Korte mannenkapsels

Kort haar is de grootste groep, en niet voor niets: het staat bijna iedereen, het droogt in vijf minuten en je kunt er alle kanten mee op. Alle varianten op een rij vind je bij korte mannenkapsels; dit zijn de klassiekers.

Drie mannen van opzij met een buzz cut, een textured crop met fade en een quiff
Van links naar rechts: buzz cut, textured crop met fade en quiff.

Buzz cut

Alles in één lengte met de tondeuse, meestal ergens tussen opzetstuk 1 en 4 (3 tot 13 mm). Strakker en simpeler wordt het niet. Werkt goed bij een sterke kaaklijn en bij dunner wordend haar, omdat er weinig contrast is tussen haar en hoofdhuid. Na twee tot drie weken zie je hem uitgroeien, maar bijhouden kan prima zelf. Meer in ons stuk over de buzz cut.

Crew cut

De nette grote broer van de buzz cut. Kort aan de zijkanten, bovenop een paar centimeter langer en aan de voorkant net iets langer, zodat je het met wat product omhoog of opzij kunt zetten. Het kapsel dat je op een sollicitatie en op een festival kunt dragen. Lees meer over de crew cut.

French crop en textured crop

Korte zijkanten, bovenop een paar centimeter haar dat naar voren valt en een korte, rechte pony. De textured crop is de rommelige variant: de bovenkant wordt met de schaar of het mes ingepunt, zodat het luchtig en een beetje warrig valt. Een van de makkelijkste kapsels die er zijn en een uitkomst als je inhammen hebt, omdat de pony die netjes afdekt. Alles over de French crop.

Fade

Geen kapsel op zich, maar een manier van knippen: de zijkanten lopen geleidelijk van heel kort (soms tot op de huid) naar langer. Je combineert hem met bijna alles wat bovenop zit, van crop tot quiff. Low, mid of high zegt waar de overgang begint; bij een skin fade gaat hij tot op de huid. Strak, maar wel onderhoud: na twee tot drie weken is de scherpe overgang weg. Alle varianten staan in fade kapsels.

Bij ons tweeën zie je het verschil meteen: Pim draagt een mid fade met krullen bovenop, Jens een high fade met een buzz cut.

Undercut

Kort aan de zijkanten in één lengte, lang bovenop, en daartussen bewust géén overgang. Dat harde contrast is het hele punt. Het lange haar draag je naar achteren, opzij of losjes naar voren. Werkt het best bij dik, steil tot golvend haar. Meer over de undercut.

Quiff en pompadour

Allebei kort aan de zijkanten met volume aan de voorkant. Bij een quiff borstel je de voorkant omhoog en iets naar achteren, vaak met een matte, rommelige afwerking. De pompadour is groter en gladder: veel lengte bovenop, hoog en naar achteren geföhnd, meestal met wat glans. Mooi, maar reken op vijf tot tien minuten föhnen en stylen per ochtend.

Side part en Ivy League

De klassieke scheiding opzij: korte, netjes afgewerkte zijkanten en bovenop genoeg lengte om een scheiding te trekken. Soms laat de kapper een harde lijn scheren (hard part) voor extra definitie. De Ivy League zit ertussenin: een crew cut die net lang genoeg is voor een losse scheiding. Beide lees je in Ivy League en Caesar cut.

Halflange mannenkapsels

Halflang is waar het de laatste jaren gebeurt. Meer beweging, meer karakter, en je hoeft niet elke drie weken naar de kapper. Het enige nadeel: je moet door een groeifase heen waarin het even niks is. Hoe je die overleeft, lees je bij halflange mannenkapsels.

Drie mannen met halflang haar met een middenscheiding, een moderne mullet en een wolf cut
Van links naar rechts: middenscheiding, modern mullet en wolf cut.

Middenscheiding (curtains)

Haar bovenop zo lang dat het tot je wenkbrauwen of jukbeenderen valt, met een scheiding in het midden zodat het als gordijnen aan twee kanten van je gezicht hangt. Typisch jaren 90, en weer helemaal terug. Werkt het best bij steil tot licht golvend haar. Hoe je hem draagt zonder dat het op een pony lijkt, staat bij de middenscheiding.

Mod cut en shag

De jaren-60-look: een ronde vorm met een pony die over je voorhoofd valt en lagen tot over de oren. De shag is de rommeligere versie met meer gelaagdheid en textuur. Ideaal als je golvend haar hebt dat toch al zijn eigen gang gaat. Meer over de mod cut en shag.

Wolf cut

Een kruising tussen shag en mullet: veel korte laagjes bovenop en rond de kruin, langer in de nek, en alles bewust een beetje wild. Het werkt het best bij golvend of krullend haar met wat volume. Bij steil, dun haar valt hij snel plat. Of hij bij jou past, lees je bij de wolf cut.

Modern mullet

“Business in front, party in the back”, maar dan zonder de jaren tachtig. De moderne mullet heeft korte, vaak gefade zijkanten, wat textuur bovenop en lengte in de nek. Het verschil met vroeger zit in de overgang: zacht in plaats van een harde trap. Durf je hem aan, lees dan eerst hoe je de mullet laat knippen.

Slick back

Al het haar strak naar achteren, glad of juist met een beetje textuur. Bovenop heb je minimaal zo’n 8 tot 10 centimeter nodig, de zijkanten kunnen kort of halflang. Het oogt verzorgd en volwassen, maar vraagt elke dag product. Zo houdt de slick back het de hele dag vol.

Two block

Het Koreaanse kapsel: korte, vaak opgeschoren zijkanten en daaroverheen een langere bovenlaag die over de korte zijkanten valt. Van de zijkant zie je dus nauwelijks dat het eronder kort is. Werkt mooi bij dik, steil haar. Meer over het two block kapsel.

Lange mannenkapsels

Lang haar laten groeien is een project. Van kort naar over je oren ben je zo een half jaar verder, en tot op je schouders duurt het eerder anderhalf tot twee jaar. Maar dan heb je ook wat.

Flow

Haar tot in je nek of over je oren, naar achteren gestreken en vrij vallend. Denk aan de hockeyspeler of de surfer. Het mooie aan een flow: je hoeft bijna niks te doen. Om de twee tot drie maanden de punten bijwerken en de nek netjes houden is genoeg. Hoe je de groeifase doorkomt en wat je haar dan nodig heeft, lees je bij lang haar als man.

Man bun en top knot

Al het haar in een knot, op je achterhoofd (man bun) of hoger op je kruin (top knot). Vaak gecombineerd met kortere zijkanten, zodat het netjes blijft als je hem uit hebt. Praktisch voor sporten en werk, maar trek hem niet elke dag strak op dezelfde plek: dat trekt aan je haarlijn. Zo draag je de man bun goed.

Man met halflang tot lang haar dat los naar achteren valt, van opzij gezien
Een flow: haar over de oren, naar achteren gestreken en vrij vallend.

Kapsels voor krullen en kroeshaar

De grootste fout met krullen: ze kort knippen en wegstoppen omdat je niet weet wat je ermee moet. Krullen hebben juist lengte nodig om te kunnen krullen.

  • Korte zijkanten, krullen bovenop. Een fade of taper aan de zijkant met 5 tot 10 centimeter krul erboven. Netjes én speels, en het meest gevraagde krullenkapsel.
  • Krullende crop. Een French crop waarbij de krul naar voren valt. Laat de kapper de pony niet te strak recht knippen, krullen springen op als ze droog zijn.
  • Halflang en los. Laagjes tot over je oren, zodat het gewicht eruit gaat en de krullen niet als een driehoek uitstaan.

Bij kroeshaar en afrohaar werken andere technieken en een kapper die er ervaring mee heeft. Denk aan een strakke fade met een line-up, een high top, twists of 360 waves. Welke kapsels het beste werken bij jouw krul, lees je bij kapsels voor krullen.

Welke mannenkapsels zijn nu populair?

Wie de laatste tijd in een barbershop heeft gezeten, ziet een duidelijke beweging: weg van het strakke, glanzende werk, richting textuur en een beetje losheid.

  • Textured crop met fade. Nog steeds het kapsel dat je het vaakst ziet. Makkelijk, fris en het past bij bijna elk haartype.
  • Meer lengte bovenop. Curtains, mod cuts en shags met een pony die over het voorhoofd valt. Het is zachter en minder “af” dan een paar jaar geleden.
  • Modern mullet en wolf cut. Vooral bij jongere mannen met golvend of krullend haar. Niet voor iedereen, maar wel overal.
  • De buzz cut blijft. Simpel, stoer en onderhoudsvrij. Vaak gecombineerd met een korte, verzorgde baard.

En wat je steeds minder ziet: de strakke undercut met alles glad naar achteren. Niet fout, maar wel een beetje 2015.

Zo vraag je het bij de kapper

De naam van een kapsel is een begin, maar onder een “crop” verstaat de ene kapper iets anders dan de andere. Dit helpt echt.

In vijf stappen het kapsel dat je wilt

  1. 01

    Neem foto's mee

    Liefst van voren, opzij en van achteren, en van iemand met ongeveer jouw haartype. Een krullenkapsel op steil haar wordt nooit hetzelfde.

  2. 02

    Noem de zijkanten in opzetstukken

    Zeg bijvoorbeeld: een 2 opzij, uitlopend naar een 0 onderaan. Dat is duidelijker dan kort. Een 1 is 3 mm, een 2 is 6 mm, een 3 is 10 mm.

  3. 03

    Zeg hoeveel lengte er bovenop moet blijven

    Wijs het aan met je vingers. Een beetje eraf betekent voor iedereen iets anders.

  4. 04

    Vertel hoe je nek eruit moet zien

    Rond, recht of natuurlijk uitlopend. Een natuurlijk uitlopende nek groeit het mooiste uit.

  5. 05

    Zeg hoeveel tijd je 's ochtends hebt

    Een goede kapper past het kapsel daarop aan. Twee minuten en een beetje clay is een ander kapsel dan tien minuten föhnen.

Meer tips en de termen die kappers zelf gebruiken staan in zo vraag je precies wat je wilt. En wil je weten hoe vaak je terug moet, lees dan hoe vaak je naar de kapper moet. Twijfel je bij dun haar, kijk dan bij kapsels voor dun haar.

Veelgestelde vragen over mannenkapsels

Welk mannenkapsel is het makkelijkst te onderhouden?

De buzz cut. Geen product, geen föhn en bijhouden kan zelf met een tondeuse. Wil je iets meer vorm, dan is een textured crop de beste tweede keus. Twee minuten stylen en hij mag best een week uitgroeien.

Welk kapsel staat bijna iedereen?

Een crop of een klassieke crew cut. Korte zijkanten en een beetje lengte bovenop werken bij bijna elke gezichtsvorm en bij de meeste haartypes.

Welk kapsel past bij dun haar?

Kort met textuur bovenop, zoals een textured crop of een korte quiff met matte styling. Lang en glad laat dun haar juist platter lijken.

Hoe lang duurt het om van kort naar halflang te gaan?

Reken op drie tot zes maanden. Laat in die tijd wel elke zes tot acht weken je nek en zijkanten bijwerken, dan blijft het verzorgd terwijl de bovenkant groeit.

Wat is het verschil tussen een fade en een undercut?

Bij een fade lopen de zijkanten geleidelijk van kort naar lang. Bij een undercut zijn de zijkanten in één keer kort en zit er een harde overgang naar het lange haar bovenop.